Geplaatst op: 28-07-2021
Aantal keer bekeken: 3132
Rechtbank Noord-Holland 14 juli 2021
Verdeling overwaarde gemeenschappelijke woning na verrekening van inbreng uit privévermogen.
In de praktijk komt het vaak voor dat partijen ongehuwd samenwonend zijn en een woning in gemeenschappelijk eigendom hebben.
Daarbij zie ik ook regelmatig een investering in de gemeenschappelijke woning uit privévermogen. Het blijft vaak onduidelijk voor partijen. Hoe om te gaan met deze investeringen?
En, niet in deze uitspraak van toepassing, hoe om te gaan met een structurele bijdrage in de hypotheeklasten van een woning welke in eigendom is bij een van de partijen en de woning niet onder het gemeenschappelijk eigendom valt.
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad waaruit 2 kinderen zijn geboren. Zij hebben een samenlevingscontract opgesteld. De relatie is in het tweede deel van 2017 beëindigd.
- In het samenlevingscontract is overeengekomen dat de kosten van huishouding naar rato van het inkomen worden verdeeld.
- De gemeenschappelijke woning is verkocht in april 2021.
- Verdeling overwaarde na verrekening van privévermogen
- De woning is in gemeenschappelijk eigendom verkregen door partijen.
Partij 1 heeft:
- € 20.000,- uit privé vermogen geïnvesteerd. Dit vermogen is verkregen uit een schenking.
- € 36.000,- geïnvesteerd uit overwaarde van een eerdere woning waar partij 1 eigenaar van was.
- € 906,16 is de helft van het bedrag dat partij 1 ten name van partij 2 heeft voldaan aan aflossingen op de gemeenschappelijke hypothecaire lening over de periode dat partijen uit elkaar waren gegaan.
Wat is de vraag?
- Partij 2 vraagt een gelijke verdeling van de overwaarde van de woning na aftrek van de hypotheekschuld en de kosten welke verbonden zijn aan de verkoop van de hypotheek.
- Partij 1 stelt dat hij een vergoedingsrecht heeft op deze overwaarde voor bovengenoemde punten.
Uitspraak
De rechter bepaalt dat partij 1 € 56.906,16 ontvangt uit de overwaarde van de woning en dat het restant (overwaarde minus hypotheekschuld en de kosten welke aan verkoop van de woning zijn verbonden) bij helfte wordt verdeeld.
De rechter stelt dat duidelijk is dat:
- De schenking is verkregen van de moeder van partij 1 en dat deze schenking niet tot het gemeenschappelijk vermogen behoort.
- De overwaarde van de woning van partij 1 tot het privévermogen van partij 1 behoort. Deze woning was wel bewoond door partijen samen maar de hypotheeklasten van deze woning zijn altijd uit het privévermogen van partij 1 zelf voldaan en nooit van een rekening die door beide is gevoed.
Uit deze uitspraak blijkt ook weer hoe groot het belang is dat duidelijkheid bestaat over het fiscaal partnerschap en hoe om te gaan met de woonlasten met betrekking tot de woning welke in gemeenschappelijk eigendom is.
Nieuwsgierig? Lees hier de uitspraak:
Rechtbank Noord-Holland 14 juli 2021