Hof Den Bosch 22 juli 2021

Bepaling kinderalimentatie, rekening houden met werkelijke woonlasten, schuldenlasten welke zijn onstaan ten tijde van het huwelijk en verdiencapaciteit.Voor de woonlasten wordt, conform de richtlijnen, rekening gehouden met de forfaitaire woonlasten. Steeds vaker wordt de vraag gesteld hiervan af te wijken indien deze werkelijke woonlasten significant afwijken van de forfaitaire woonlasten (30% van netto besteedbaar inkomen).

Daarnaast wordt vaak ter discussie gesteld welke woonlasten voor rekening van de partij zijn en welke voor de nieuwe partner.

Schulden welke ten tijde van het huwelijk zijn aangegaan en de bijkomende verplichtingen daarvoor zijn onderdeel van de berekening.

De verdiencapaciteit zien we steeds vaker terug in de Rechtspraak; welke mogelijkheid heeft een partij om een bepaald inkomen te realiseren?

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen in juni 2013.
  • Partijen hebben twee kinderen, de jongste is in 2006 geboren en de oudste in 2004.
  • De kinderen wonen bij hun moeder, beide ouders hebben het gezag.
  • Op 2 juni 2017 is in, bij beschikking, de echtscheiding uitgesproken, de scheiding is op 15 juni 2017 ingeschreven in de registers.
  • Op 2 mei 2017 zijn partijen een convenant en ouderschapsregeling overeengekomen. De ouders hebben een Co-ouderschapsregeling afgesproken. De behoefte van de kinderen is € 1.416,-, de kosten binnen ieders huishouding is € 373,- per maand per huishouden. De ouders maken ieder € 175,- per maand over voor de kosten van de kinderen de buitenshuis worden gemaakt (school, hobby, kleding, kapper en dergelijke).
  • In de praktijk blijkt dat de Co ouderschapsregeling niet wordt uitgevoerd. De kinderen hebben geen contact met hun vader. Deze wijziging is in september 2019 doorgevoerd, de kinderen hebben in 2020 hun vader niet gezien.

Rechtbank

  • De vader heeft verzocht het Co ouderschap om te zetten naar een reguliere omgangsregeling.
  • De moeder heeft verozcht de bijdrage van de vader vast te stellen en de achterstallige kinderalimentatie te bepalen.
  • De Rechtbank heeft de bijdrage van de vader, met ingang van 24 juli 2020, bepaald op € 167,10 per maand per kind, in totaal € 334,20 per maand. 
  • Uitspraak was op 24 augustus 2020.

Het Hof

De vrouw is in hoger beroep gekomen. Dit hoger beroep wordt op 23 november 2020 ingediend. 

Zij verzoekt:

  • De bijdrage in de kosten levensonderhoud van de kinderen te verhogen.
  • De man te veroordelen tot het betalen van achterstallige kinderalimentatie met ingang van december 2020.

De man voert verweer. Hij verzoekt de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren. 

Beoordeling door het Hof

  • Ingangsdatum wordt vastgesteld op 1 september 2019. Dit is de datum waarop de man het Co ouderschap heeft beëindigd. Dat het verzoek van de vrouw pas in juli 2020 is ingediend doet niet terzake.
  • De achterstallige kinderalimentatie wordt niet gehonoreerd. De beschikking van het hof geeft de vrouw per september 2019 een executoriale titel om de kinderalimentatie te innen.
  • De draagkracht van partijen wordt ook beperkt door een restschuld uit verkoop van de gemeenschappelijke woning. Ieder van hen lost hierop af, de man heeft een hogere maandelijkse verplichting dan de vrouw omdat hij een krediet heeft moeten afsluiten en de vrouw dit bij de holding van haar huidige partner heeft geleend. De man lost in drie jaar af. Het hof blijft rekening houden met de hogere aflossingsverplichting voor de man.
  • De vrouw stelt dat geen rekening kan worden gehouden met de forfaitaire woonlast van de man, zij verzoekt met de helft van dit bedrag rekening te houden. De vrouw stelt dat de werkelijke woonlasten aanzienlijk lager zijn dan de forfaitaire woonlasten, de lasten zijn lager en de man heeft een nieuwe partner die ook bijdraagt. Het hof stelt dat het hanteren van de forfaitaire woonlast niet in strijd is met de wettelijke maatstaven. Indien niet in de behoefte van de kinderen kan worden voorzien en de werkelijke woonlasten duurzaam zijn, kan, het uitgaan van de werkelijke lagere woonlasten, leiden tot een hogere draagkracht. Het hof houdt, in deze situatie, rekening met een lagere woonlast; de draagkracht van de man wordt hoger.
  • De rechtbank heeft rekening gehouden met een hoger inkomen van de vrouw. De vrouw geeft aan dat dit onterecht is, haar verdiencapaciteit is lager omdat zij vaker thuis is voor de opvang van de kinderen sinds het Co ouderschap is opgeheven. Het hof stelt dat de kinderen van partijen oud genoeg zijn en dat zij minder zorg en toezicht nodig hebben zodat de vrouw full time kan werken. Het hof houdt de verdiencapaciteit, zoals de rechtbank heeft vastgesteld, aan.
  • Het hof houdt rekening met bovenstaande en stelt de kinderalimentatie opnieuw vast.
Bovenstaande punten worden ook aan de mediationtafel vaak besproken. Wat is redelijk, waar heb ik recht op. De rechtspraak helpt hier soms bij maar elke situatie is anders. Zoals uit deze kwestie blijkt kost een procedure bij de rechtbank en het hof jaren. Jaren van onzekerheid, spanning en hoge facturen voor advocaten. 
Ik probeer uitspraken bij te houden zodat ik ook onderbouwd kan aangeven waarom ik op deze vraag geen duidelijk antwoord kan geven. Dat helpt partijen in hun overweging om tot een oplossing te komen.

Nieuwsgierig? Lees hier de uitspraak: Hof Den Bosch 22 juli 2021.