Inkomensafhankelijke Combinatiekorting

In de praktijk zien we steeds vaker een meer gelijke zorgverdeling voor de kinderen. Co Ouderschap wordt dan vaak als term gebruikt. Is Co Ouderschap alleen een benoeming voor een 50/50 verdeling of kunt u een verdeling van 40/60 ook een Co Ouderschap noemen?
Ouders vragen vaak advies inzake de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Dit is een belastingkorting (bij inkomen uit arbeid) van maximaal € 2.881,- (2020) indien u de zorg voor een kind hebt voor gemiddeld drie dagen per week.

Bij een andere verdeling dan 50/50 kan dit een discussie worden met de belastingdienst. Voor meer duidelijkheid heb ik twee uitspraken van Gerechtshoven besproken en een uitspraak van de Hoge Raad.

Fiscaal gezien kan een meer gelijke verdeling invloed hebben op de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Deze combinatiekorting is een heffingskorting voor de inkomstenbelasting. De eerste eis om voor deze combinatiekorting in aanmerking te komen is dat het kind minimaal 6 maanden hetzelfde adres als de belastingplichtige staat ingeschreven. Het kind dient dan bij aanvang van het kalenderjaar jonger dan 12 jaar zijn. Artikel 8.14 a Wet inkomstenbelasting 2001.

Bij een Co Ouderschap kun u voor deze combinatiekorting aanmerking komen indien u voor drie dagen, of meer, de zorg heeft voor een kind dat jonger is dan 12 jaar. Bij de belastingdienst is Co Ouderschap dus ook van toepassing bij een omgang van 3 om 4 dagen per week. Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 artikel 44b.

Het Gerechtshof Den Haag heeft hier ook een uitspraak over gedaan op 10 maart 2020.

In deze uitspraak gaat het over de definitie “hele dagen”. De belastingdienst stelt een criterium op “drie gehele dagen per week”. In deze zaak was het verblijf van dekinderen p een of meer dagen van 7:30 of 9:00 uur tot 19:30 uur. Het kind had minimaal 18 dagdelen moeten doorbrengen bij de andere ouder. De rechtbank overweegt ook dat een gehele dag 24 uur is. In deze casus werd de inkomensafhankelijke combinatiekorting toegekend. Voor de omgang en meer informatie verwijs ik naar Uitspraak Gerechtshof Den Haag.

Het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden heeft een uitspraak gedaan op 27 maart 2019.

Resultaat is dat u recht heeft op een inkomensafhankelijke combinatiekorting indien een kind de ene week bij de ene ouder en de andere week bij de andere ouder woont óf een kind minimaal 3 dagen per week bij de ene ouder woont en minimaal 3 dagen per week bij de andere ouder. In de casus waarin deze uitspraak is gedaan was het kind de ene week 2 dagen bij zijn vader en de andere week 4 dagen. Deze vader heeft, volgens het Hof (en de inspecteur van de Belastingdienst) geen recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Voor meer informatie verwijs ik naar Uitspraak Gerechtshof Arnhem.

Hoge Raad

Er is beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden van 27 maart 2019 ingesteld. Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard. De uitspraak van het Hof en de Rechtbank wordt vernietigd.

In deze omgangsregeling was de dochter de ene week 2 dagen bij haar vader en de andere week 4 dagen. Het Gerechtshof heeft beoordeeld dat partijen hierbij niet voldoen aan de eis dat het kind minimaal 3 dagen per week bij de andere ouder is. Het Gerechtshof heeft daarin miskent dat in het tweewekelijkse schema wordt voldaan aan de eis dat de dochter doorgaans minimaal drie gehele dagen per week in elk van beide huishoudens verblijft. Eveneens wordt betwist dat het Gerechtshof een week bij zaterdag start. Een periode van 7 dagen kan op elke willekeurige dag aanvangen.

De Hoge Raad oordeelt dat aan het criterium dat beide ouders de zorg voor de kinderen gelijkelijk verdelen wordt voldaan indien het kind minimaal 3 tot 3,5 dag per week verblijft in het huishouden van de andere ouder. De Hoge Raad erkent dat de omgangsregeling (2 om 4 dagen bij de vader) voldoet aan de eis dat beide ouders de zorg voor de kinderen gelijkelijk verdelen al in artikel 8.14 en artikel 8.15a lid 1 en letter b van de Wet inkomstenbelasting 2001 is bedoeld.

Benoemd wordt dat niet kan worden uitgegaan van een jaargemiddelde in het verblijf van het kind bij een ouder. Het verblijfsschema moet bestendig en regelmatig zijn voor de beoordeling of het kind tot de huishouding behoort.

Door deze uitspraak van de Hoge Raad wordt de toepassing van de inkomensafhankelijke combinatie korting soepeler ingesteld. De toetsing van het dagen criterium mag over twee weken worden gedaan.