Per 1 april 2013 zullen de nieuwe normen met betrekking tot het vaststellen van de kinderalimentatie van kracht worden. Aan rechters zal worden gevraagd deze nieuwe normen vanaf nu al te gaan toepassen. Wat heeft deze aanpassing in de praktijk voor gevolgen?
Voor de vaststelling van de hoogte van de kinderalimentatie wordt eerst de financiële behoefte van de kinderen bepaald. Dit is het bedrag dat volgens berekeningen van het Nibud gemiddeld nodig is voor het levensonderhoud van de kinderen.
Aan de berekening van deze financiële behoefte van de kinderen verandert niets: Het aantal kinderen en het netto gezinsinkomen vóór de echtscheiding (zonder bijvoorbeeld rekening te houden met hypotheekrente aftrek of de bijtelling van een auto) blijven het uitgangspunt voor de berekening. Vervolgens wordt voor de berekening van de kinderalimentatie rekening gehouden met het toegekende kindgebonden budget. Volgens de nieuwe regels wordt het te ontvangen kindgebonden budget in mindering gebracht op de hoogte van de financiële behoefte van de kinderen zoals die door het Nibud in tabellen is vastgelegd. De bijdrage van de ouders, in de vorm van kinderalimentatie, wordt dus minder dan de totale financiële behoefte van de kinderen.
Hoe de vastgestelde totale kinderalimentatie vervolgens over beide ouders verdeeld wordt, is afhankelijk van de draagkracht van beide ouders. De draagkracht is het bedrag dat de ouders geacht wordt te kunnen missen ten behoeve van het financiële onderhoud van de kinderen. Nieuw voor het bepalen van de draagkracht is dat voor de woonlasten rekening wordt gehouden met een vast percentage (30%) van het besteedbaar inkomen. Bij de lagere inkomens kan dit bedrag te laag uitvallen ten opzichte van de werkelijke woonlasten en bij de hogere inkomens kan deze woonlast hierdoor te hoog zijn. De draagkracht voor de kinderalimentatie kan hierdoor afwijken van de draagkracht voor de partneralimentatie omdat voor de berekening van de partneralimentatie de oude regels nog worden aangehouden.
Het is goed om te weten dat men altijd van deze draagkrachtberekening kan afwijken als ouders de alimentatie in overleg bepalen. De draagkracht van beide ouders kan ook uitsluitend worden bepaald op grond van het netto inkomen van beide partners na de scheiding. Er wordt hiervoor een standaard tabel gehanteerd. Deze tabel kan worden gezien als een richtlijn, een gemiddelde. De werkelijke draagkracht kan hiervan afwijken, want wat is standaard en wie geeft nu precies gemiddeld zijn geld uit?
Een ander nieuw element in de berekening van de kinderalimentatie is de zorgkorting. Voor de kosten die de ouder in de eigen huishouding voor de kinderen maakt, kan deze ouder een percentage van de kinderalimentatie aftrekken. Standaard wordt rekening gehouden met 15% zorgkorting. Hierbij is de traditionele omgangsregeling, waarbij de kinderen één weekend in de twee weken bij de andere ouder zijn, als uitgangspunt genomen. Indien de zorg voor de kinderen meer gelijk verdeeld wordt, kan het percentage van de zorgkorting worden aangepast tot bijvoorbeeld 25% of 35%. Indien ouders voor Co Ouderschap kiezen en de zorg én de kosten gezamenlijk delen, moeten de ouders de verdeling van de kosten zelf bepalen, zonder tussenkomst van de rechter. In de praktijk zien we dat de keuze voor Co Ouderschap sterk toeneemt. De Co Ouders kunnen bij hun berekening ook de oude richtlijnen als uitgangspunt nemen.
De nieuwe systematiek moet duidelijker en eenvoudiger zijn. De richtlijnen zijn duidelijk voor een standaard situatie. In de praktijk is elke financiële situatie en elke scheiding anders. Door ervoor te kiezen om samen in overleg met een mediator uw scheiding te regelen, kunt u met eerlijke en duidelijke communicatie komen tot een regeling die passend is voor uw situatie en kunt u ook de financiële gevolgen van uw echtscheiding op maat te bepalen.