De eigen woning en scheiding, het blijft complex.
Geplaatst op: 14-04-2015
Aantal keer bekeken: 1995

 

In mijn praktijk komt het regelmatig voor dat partners uit elkaar willen maar dat de woning een groot struikelblok is. Hoe moeten ze hiermee verder; wat zijn de alternatieven? Een woning is een groot bezit en vaak ook een hoge schuld!

Ellen en Peter kwamen bij mij, Ellen wil, samen met de kinderen, in de woning blijven wonen. In afwachting van het aantrekken van de woningmarkt met de hoop de restschuld te verminderen en (misschien wel) wat winst te maken. Peter is het daar helemaal mee eens. Daarbij is het voor de kinderen nog wel zo fijn als zij hun eigen kamers en omgeving bij hun moeder nog even behouden. “Er verandert al zoveel in hun levens” is het standpunt van Peter en Ellen.

Na de scheiding en nadat Peter op een ander adres staat ingeschreven zijn zij geen fiscaal partner meer. Peter en Ellen blijven wel samen eigenaar van de woning en samen aansprakelijk voor de hypothecaire lening. Dit kan fiscale gevolgen hebben.

Het ontslag voor de hoofdelijke aansprakelijkheid kan (nog) niet worden geregeld. Als Ellen meer uren kan krijgen op haar werk is de kans nog steeds klein. 

Peter stelt de helft van zijn woning beschikbaar voor bewoning van Ellen en de kinderen. De woning wordt, fiscaal gezien, voor Peter nog maximaal 24 maanden aangemerkt als eigen woning in box 1 voor de inkomstenbelasting.

Voor Ellen heeft dit tot gevolg dat het eigenwoning forfait volledig bij haar zal worden bijgeteld bij haar belastbaar inkomen. Peter blijft de volledige hypotheekrente betalen, zijn eigen deel maar ook het deel van Ellen. Zijn eigen deel (50%) van de hypotheekrente zal hij als hypotheekrente eigen woning kunnen verantwoorden in zijn aangifte inkomstenbelasting. Het deel van Ellen (haar 50%) kan hij in de aangifte verantwoorden als fictieve partneralimentatie.

Ellen zal, fiscaal gezien, haar deel van de hypotheekrente ook in de aangifte verantwoorden. Het lijkt dat ze hierdoor kosten heeft gemaakt voor de eigen woning, daartegenover staat een fictief ontvangen partneralimentatie ter hoogte van haar 50% van de hypotheek die Peter namens haar heeft voldaan. Peter heeft hierdoor toch 100% van de betaalde hypotheekrente in mindering op zijn belastbaar inkomen kunnen brengen. Bij Ellen gaat dit fiscaal neutraal.

Na afloop van de 24 maanden, vervalt het recht van hypotheekrente aftrek voor Peter. De woning gaat voor hem (met 50% van de waarde) naar box 3 en wordt belast als vermogensbestanddeel. Daartegenover staat dat ook 50% van de hypotheek naar box 3 wordt verplaatst. Peter en Ellen hebben in het convenant afgesproken dat Ellen het verlies van dit fiscale voordeel zal compenseren indien de woning over 24 maanden nog in hun bezit is en zij nog in de woning woont.

Er zijn duidelijke afspraken gemaakt waarin diverse scenario’s zijn vastgelegd. Peter en Ellen gaan nu heel goed met elkaar om en kunnen alles bespreken. Om toekomstige discussies te voorkomen is zoveel mogelijk vastgelegd in het convenant.  Duidelijkheid geeft veel rust! 

Reacties

april
17
2015
2:07 PM Monica
Duidelijk verhaal, moet alles opgenomen worden in het convenant?
Beantwoord door: Anne-Marie van Doorn (06-05-2015 7:11 AM)
Het is verstandig om zoveel mogelijk en zo duidelijk mogelijk op te nemen in het convenant. Voor jullie zelf, voor de fiscus en eventuele procedures die in de toekomst gevoerd kunnen worden. Duidelijkheid voorkomt misverstanden en irritaties. Dat is beter voor jullie zelf maar zeker ook voor de kinderen!

Reageer

(Je e-mailadres hebben we wel nodig, maar wordt niet gepubliceerd.)
Je naam:
E-mailadres:
Website:
Je reactie:


15 min 6
Voer het resultaat in a.u.b.

Meer artikelen in deze categorie

28
juli
2021

Verdeling overwaarde gemeenschappelijke woning na verrekening van inbreng uit privévermogen.

In de praktijk komt het vaak voor dat partijen ongehuwd samenwonend zijn en een woning in gemeenschappelijk eigendom hebben.
Daarbij zie ik ook regelmatig een investering in de gemeenschappelijke woning uit privévermogen. Het blijft vaak onduidelijk voor partijen. Hoe om te gaan met deze investeringen?
En, niet in deze uitspraak van toepassing, hoe om te gaan met een structurele bijdrage in de hypotheeklasten van een woning welke in eigendom is bij een van de partijen en de woning niet onder het gemeenschappelijk eigendom valt.
11
febr
2020

Partneralimentatie: Een tijdelijk financieel vangnet

In mijn praktijk als mediator met een financieel/fiscale achtergrond wordt veel over Euro’s gesproken. Geld is een belangrijk onderwerp bij scheiding. Onzekerheid is daarbij een belangrijke drijfveer; kom ik wel rond met hetgeen ik meekrijg of kom ik wel rond als ik dat allemaal moet betalen in het kader van levensonderhoud kinderen of ex partner?
10
febr
2020

Erkenning en gezag over het kind, vaak ontstaat hier onduidelijkheid over.

In de praktijk zie ik veel stellen die niet gehuwd of geregistreerd partner zijn; samenwoners. Als deze samenwoners kinderen hebben is een vast onderwerp erkenning en het gezag over het kind.
Vaak wordt aangegeven dat alles is geregeld. Bij navraag blijkt dat het gezag nog niet is aangevraagd. Erkenning wordt wel geregeld maar het gezag? Dat wordt vaak vergeten. Het gezag aanvragen is tegenwoordig heel simpel en kan zelfs on-line. U heeft hier geen advocaat voor nodig.
Wat is het verschil tussen erkenning en gezag?
12
aug
2019

Behoefte van de jong meerderjarige; hoe bepaal je deze?

Het vaststellen van deze behoefte is in de praktijk lastig. Jong meerderjarigen zijn 18 tot 21-jarigen. Met name bij een scheiding is dit een bron van discussie. Wordt rekening gehouden met de werkelijke kosten, wordt de WSF-norm gehanteerd of de NIBUD-tabellen? Het bepalen van de behoefte blijft maatwerk. Tijdens mediation is het mogelijk hier samen uit te komen.
13
juni
2019

Aftrekbeperking partneralimentatie wat kan dit voor gevolgen hebben?

De scheidingspraktijk blijft altijd in beweging. In december 2018 werd het belastingplan aangenomen in de Eerste Kamer. Een regeling met gevolgen voor partijen na scheiding.
Recent is de herziening in de partneralimentatie aangenomen in de Eerste Kamer. Een beperking in de looptijd van de partneralimentatie.

 

14
jan
2019

Aanpassing behoefte tabel kinderen in tremanormen geeft verlaging van de kinderalimentatie

Voorstel Wet Herziening Partneralimentatie wordt spoedig door de Eerste Kamer behandeld. Het streven is deze wetgeving per januari 2020 in te laten gaan.
Per januari 2019 zijn de tremanormen aangepast. Daar wordt weinig over geschreven terwijl dit toch een behoorlijke impact kan hebben.
16
aug
2018

Hogere BTW en aanpassing inkomstenbelasting; wat zijn de gevolgen voor de koopkracht?

In onze praktijk komt de vraag meestal in verband met de partneralimentatie. De betalende partij geeft aan dat de alimentatie omlaag kan omdat de aftrek wordt beperkt. De ontvangende partij geeft aan dat de behoefte hoger wordt omdat de boodschappen duurder worden. 

Zeker na het artikel op nos.nl waarin de kop duidelijk is en veel onrust teweeg brengt; ‘Hogere BTW kost huishoudens volgend jaar 300 euro extra’. Jammer dat er dan met een zin in het artikel aandacht wordt besteed aan de overige aanpassingen waardoor de koopkracht wel vooruit gaat.

02
aug
2018

Het echtscheidingsconvenant en de eigen woning

Het blijft een item dat niet genoeg besproken kan worden. Het gaat nog steeds regelmatig niet goed. De belastingdienst neemt een standpunt in waar geen rekening mee wordt gehouden. Dat kan worden voorkomen door het convenant op een juiste manier op te stellen. De belastingdienst ziet te vaak dat belastingplichtigen zich hier niet voldoende bewust van zijn; en adviseurs van belastingplichtigen ten tijde van de scheiding ook niet! 

30
juni
2018

Wordt de wetgeving inzake aanpassing duur partneralimentatie nu echt aangepast?

Woensdag 27 juni 2018 is het gewijzigd Wetsvoorstel herziening partneralimentatie behandeld. De politieke partijen hebben hun standpunten en vragen besproken. Voor meer informatie hierover zie: Plenair verslag tweede kamer. Op een nader te bepalen moment zal deze discussie worden hervat. De initiatiefnemers hebben hierdoor de mogelijkheid om hun reactie voor te bereiden. En een onderbouwd antwoord geven op de vragen vanuit de kamer.