Rechtbank Rotterdam 12 mei 2021

Verdeling algemene gemeenschap van goederen met vermogen verkregen uit een nalatenschap uit het buitenland.

Ik zie het steeds vaker dat er een huwelijk heeft plaatsgevonden met personen die niet dezelfde nationaliteit hebben of waarvan familie in het buitenland woont.

Nederland is lang een van de weinige landen geweest waarbij je automatisch trouwt in gemeenschap van goederen. Indien een erflater geen testament met een uitsluitingsclausule opstelt valt de erfenis in het gemeenschap van goederen. Datzelfde geldt voor een schenking welke verkregen wordt zonder de duidelijke vermelding van uitsluiting.

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen in september 1996.
  • Partij 1 heeft de Nederlandse nationaliteit en partij 2 de Spaanse nationaliteit.
  • Partijen zijn het over veel zaken eens met elkaar, de verdeling van het vermogen is een discussie punt.
  • Partijen hebben hun verblijfplaats in Nederland. Het Nederlands recht is van toepassing op het huwelijksvermogensregime.
  • De verdeling van onroerende zaken in Nederland en Spanje is geen probleem; partijen hebben overeenstemming.
  • Partij 2 heeft, ten tijde van het huwelijk, € 88.259,13 ontvangen uit de nalatenschap van zijn vader die in Spanje woont en waarop het Spaanse erfrecht van toepassing is.

Verdeling gemeenschap van goederen

Nalatenschap

Partij 1 stelt dat het gehele vermogen in de gemeenschap van goederen valt. Er is geen testament opgesteld waardoor deze nalatenschap tot de gemeenschap van goederen behoort.

Partij 2 stelt dat het vermogen dat hij heeft verkregen uit de nalatenschap van zijn vader privévermogen is. Hij stelt dat hij een vergoedingsrecht op de gemeenschap heeft ter hoogte van de nalatenschap.

Verwezen wordt naar de uitspraak van de Hoge Raad op 17 februari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:276) waarin wordt gekeken naar de omstandigheden, zijn er maatstaven van redelijkheid en billijkheid waardoor het onaanvaardbaar dat de verkrijging tot de huwelijkse gemeenschap van partijen behoort.

Na overweging van bovenstaande komt de Rechtbank tot conclusie dat de verkrijging tot het privévermogen behoort en hij een vergoedingsrecht op de gemeenschap heeft.

Recreatiewoning

Partij 1 heeft een recreatiewoning verkregen waarbij de koopprijs is kwijtgescholden door haar ouders. Hierbij is een schenkingsakte opgesteld waarin de uitsluitingsclausule is opgenomen.

De man stelt dat deze recreatiewoning tot de huwelijkse gemeenschap van partijen behoort.

Ontslagvergoeding

Ten tijde van het huwelijk heeft partij 2 een ontslagvergoeding ontvangen. Deze ontslagvergoeding is op een geblokkeerde rekening gestort welke in januari 2027 eindigt.

Partij 2 stelt dat deze ontslagvergoeding wegens verknochtheid aan hem dient te worden toegedeeld en niet tot de huwelijkse gemeenschap van partijen behoort.

De vrouw stelt dat dit vermogen tot de huwelijkse gemeenschap van partijen behoort.

Uitspraak

Nalatenschap

Met betrekking tot de verkrijging uit de nalatenschap van de vader uit Spanje komt, na overweging van bovenstaande, de Rechtbank tot conclusie dat de verkrijging tot het privévermogen behoort en hij een vergoedingsrecht op de gemeenschap heeft.

Recreatiewoning

De recreatiewoning wordt toegedeeld aan de vrouw als privévermogen. De schenkingsakte geeft geen onduidelijkheid hierover. De Rechtbank stelt vast dat de recreatiewoning niet in enige huwelijksgoederengemeenschap valt.

Ontslagvergoeding

De ontslagvergoeding is verkregen voordat de huwelijksgoederengemeenschap is ontbonden. De reden van de compensatie is onvoldoende onderbouwd. De Rechtbank stelt dat de volledige aanspraak op deze uitkering tot de huwelijkse gemeenschap van partijen behoort.

Het blijft in de praktijk vaak lastig hoe om te gaan met bovenstaande omstandigheden. Wat is redelijk en wil ieder in redelijkheid handelen? De Rechtspraak helpt hier soms bij; ik krijg vaak de vraag waar heb ik recht op? Die vraag is soms lastig te beantwoorden omdat de rechtspraak niet altijd consequent is; elke situatie is anders.
Ik probeer uitspraken bij te houden zodat ik ook onderbouwd kan aangeven waarom ik op deze vraag geen duidelijk antwoord kan geven. Dat helpt partijen in hun overweging om tot een oplossing te komen.

Nieuwsgierig? Lees hier de uitspraak: Rechtbank Rotterdam 12 mei 2021